Ana Maluku buka mata. E kas tunju dunia e.

Column door Joaniek Vreeswijk

Afgelopen 9 augustus was ik bij de manifestatie voor inheemse volkeren in Amsterdam. Deze datum is door de VN uitgeroepen tot de officiële internationale dag voor inheemse bevolkingsgroepen met als doel bewustwording en bescherming van de rechten van de inheemse volkeren wereldwijd. En dat is nodig, want er zijn genoeg natiestaten die de rechten van inheemse volkeren systematisch schenden. De VN aanvaardden in 2007 een ‘Verklaring over de rechten van inheemse volken’. Enkele landen met belangrijke inheemse minderheden stemden tegen de verklaring, waaronder de VS, Canada, Nieuw Zeeland en Australië. Deze dag is ook uitgeroepen voor erkenning van hun bijdragen aan milieu en natuurbescherming. Vooral nu, in tijden van een pandemie en klimaatverandering, hebben we hun traditionele kennis, stemmen en wijsheid nodig.

Door eeuwenlange kolonisatie vindt genocide, ecocide, bedreiging en onderdrukking van inheemse volkeren nog altijd plaats. Dit door toedoen van moderne natiestaten en kapitalisme, die via hun neokolonialisme de rechten van inheemse volkeren schenden. Hun leefomgeving wordt systematisch vervuild, land wordt onteigend en de bevolking ontheemd voor de winst van grote multinationals met steun van natiestaten. In het kader van de continuerende mensenrechtenschendingen en het belang van natuur regeneratie riepen vertegenwoordigers van diverse inheemse bevolkingsgroepen op om dekolonisatie en herstel. Building the Baileo was medeorganisator van de manifestatie en Romy Rondeltap sprak namens deze organisatie, die staat voor behoud en overdracht van de Molukse cultuur en identiteit.

Inheemse volkeren, zoals de inheemse stammen op Seram bijvoorbeeld, houden nog veel tradities  van onze voorouders in ere. Deze bevolkingsgroepen worden geconfronteerd met voedselonzekerheid als gevolg van het verlies van hun traditionele gronden en territoria door bijvoorbeeld de aanleg van palmolie plantages. Ze worden op die manier geconfronteerd met nog grotere uitdagingen om toegang te krijgen tot voedsel. Met het verlies van hun traditionele middelen van bestaan worden veel inheemse volkeren, die in traditionele beroepen en zelfvoorzienende economieën of in de informele sector werken, nadelig beïnvloed.

Vooral nu, in tijden van een pandemie en klimaatverandering, hebben we hun traditionele kennis, stemmen en wijsheid nodig.


Veel Molukkers stammen af van de Alifuru, de inheemse bevolking uit de binnenlanden van de Molukken. Uitzonderingen daargelaten. De inheemse bevolking van Tanimbar bijvoorbeeld kennen een andere overlevering. Alifuru beoefenden een natuurgodsdienst waarbij voorouderverering centraal staat. Een kenmerk van de religie is het animisme – het geloof dat geesten zich in allerlei voorwerpen bevinden. Daarnaast geloven ze ook in mana, een bovennatuurlijke kracht of substantie. Alifuru zien zichzelf niet als gescheiden van de natuur, maar als afstammelingen van Nusa Ina.

Door de eeuwen heen zijn verschillende clans zich gaan verspreiden over de vele eilanden die de Molukken rijk is.  Hierdoor heeft ieder dorp zijn eigen adat isti adat: zijn eigen tradities als het aankomt op gebruiken, normen en waarden. Denk bijvoorbeeld aan ceremonies of rituelen. Veel van dit cultureel erfgoed zien wij nog terug in de tradities die wij koesteren binnen onze kumpulans (dorpsverenigingen) in Nederland en tijdens Molukse ceremonies en plechtigheden die buiten deze kumpulans plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan Cakalele, de traditionele krijgsdans. Van oorsprong is de dans een voorbereiding op de strijd die met salawaku en parang wordt uitgevoerd. Juist omdat veel van onze traditionele cultuur nog wordt overgedragen van generatie op generatie is het jammer dat afgelopen zondag er zo weinig Molukkers aanwezig waren. Juist omdat inheemse volkeren op Maluku de bewakers zijn van ons traditioneel Moluks cultureel erfgoed.

Maar de overdracht van cultureel erfgoed gaat verder dan dat. Denk bijvoorbeeld aan het pela-schap. Het pela-schap vindt zijn oorsprong in een ver verleden, lang voordat de Europeanen onze Molukse eilanden bezetten voor de handel in kruidnagel en nootmuskaat. Ook in de strijd tegen kolonialisme ontstonden nieuwe pela-schappen. Pela-schap is momenteel nog steeds een heel belangrijke adatregel, maar is ook een middel tot dorpsontwikkeling zonder regeringssteun. Dorpen staan elkaar bij in tijden van nood. Zo kwam Ullath op Saparua, ons dorp Oma op Haruku te hulp nadat de aardbevingen Oma hard hadden getroffen in september dit jaar.

Niet alleen het pela-schap is nog steeds belangrijk voor velen binnen de Molukse gemeenschap, ook omvat de cultuur een allesomvattend traditioneel systeem van gedrag en verantwoordelijkheden. Dit systeem bevat ook Molukse verstandhoudingen binnen de dorpen. Zo hebben de meeste Molukse dorpen bijvoorbeeld dorpshoofden die door clans via geologische bloedlijnen worden aangewezen. Een aantal jaar geleden heeft het Constitutionele Hof in Jakarta besloten dat kandidaten bij de verkiezing van een nieuw dorpshoofd (Bapa Radja) niet per se in het dorp zelf hoeven te wonen. Dit betekent dat het “matarumah radja-systeem” in alle Molukse dorpen is afgeschaft. In de praktijk kan dit leiden tot situaties waarin multinationals gemakkelijk vergunningen kunnen krijgen om Molukse ‘adat’-gronden in te pikken en het land te gebruiken om bijvoorbeeld palmolie te produceren.

Belangrijk is dat wij waar mogelijk de inheemse bevolking op Maluku bijstaan in de strijd voor zelfbeschikking en de strijd tegen onderdrukking. Laten wij zoveel als mogelijk aandacht vestigen op datgeen wat er op Maluku gebeurd. Ik was bijvoorbeeld de vrijdag voor de manifestatie (dus twee dagen ervoor) in het Westfries museum om te bespreken wat er moest gebeuren met het beeld van J.P. Coen. Hoogstwaarschijnlijk dat er een tentoonstelling komt over Banda, gefaciliteerd door het Westfries museum, aangezien het volgend jaar 400 jaar geleden is dat de genocide onder leiding van J.P. Coen op Banda plaatsvond. Hopelijk nemen zij in deze tentoonstelling ook mee hoe inheemse volkeren vóór de koloniale tijd leefden. De geschiedenis van Banda begint namelijk niet vanaf het moment dat Nederlanders daar aankwamen. Ook lijkt het mij nuttig dat er wordt meegenomen hoe inheemse volkeren die vandaag de dag nog op Maluku leven, worden bedreigd en onderdrukt. Laat de wereld de strijd zien die op Maluku gaande is! Ik schrijf momenteel dit stuk in de trein… Mijn Spotify playlist speelt opeens Toma Hasa Nusa af… Toeval of niet. Dit is de boodschap waarmee ik dien af te sluiten:

‘’Itu katong pung gunung tana, bukang Bambang punia e. Ana Maluku buka mata. E kas tunju dunia e. Dari salatang sampe Utara e. Toma hasa nusa e. Upu ina upu ama. Toma maju sama-sama.’’

Deze column verscheen 16 augustus 2020 op de Facebook Pagina van Maluku Utrecht. Joaniek Vreeswijk is historicus en met toestemming van de auteur herpubliceert MHM dit schrijven.

Sophialaan 10, 2514 JR Den Haag
070-2005065
info@museum-maluku.nl