Ana Maluku buka mata. E kas tunju dunia e.

Column door Joaniek Vreeswijk

Afgelopen 9 augustus was ik bij de manifestatie voor inheemse volkeren in Amsterdam. Deze datum is door de VN uitgeroepen tot de officiële internationale dag voor inheemse bevolkingsgroepen met als doel bewustwording en bescherming van de rechten van de inheemse volkeren wereldwijd. En dat is nodig, want er zijn genoeg natiestaten die de rechten van inheemse volkeren systematisch schenden. De VN aanvaardden in 2007 een ‘Verklaring over de rechten van inheemse volken’. Enkele landen met belangrijke inheemse minderheden stemden tegen de verklaring, waaronder de VS, Canada, Nieuw Zeeland en Australië. Deze dag is ook uitgeroepen voor erkenning van hun bijdragen aan milieu en natuurbescherming. Vooral nu, in tijden van een pandemie en klimaatverandering, hebben we hun traditionele kennis, stemmen en wijsheid nodig.

Door eeuwenlange kolonisatie vindt genocide, ecocide, bedreiging en onderdrukking van inheemse volkeren nog altijd plaats. Dit door toedoen van moderne natiestaten en kapitalisme, die via hun neokolonialisme de rechten van inheemse volkeren schenden. Hun leefomgeving wordt systematisch vervuild, land wordt onteigend en de bevolking ontheemd voor de winst van grote multinationals met steun van natiestaten. In het kader van de continuerende mensenrechtenschendingen en het belang van natuur regeneratie riepen vertegenwoordigers van diverse inheemse bevolkingsgroepen op om dekolonisatie en herstel. Building the Baileo was medeorganisator van de manifestatie en Romy Rondeltap sprak namens deze organisatie, die staat voor behoud en overdracht van de Molukse cultuur en identiteit.

Inheemse volkeren, zoals de inheemse stammen op Seram bijvoorbeeld, houden nog veel tradities  van onze voorouders in ere. Deze bevolkingsgroepen worden geconfronteerd met voedselonzekerheid als gevolg van het verlies van hun traditionele gronden en territoria door bijvoorbeeld de aanleg van palmolie plantages. Ze worden op die manier geconfronteerd met nog grotere uitdagingen om toegang te krijgen tot voedsel. Met het verlies van hun traditionele middelen van bestaan worden veel inheemse volkeren, die in traditionele beroepen en zelfvoorzienende economieën of in de informele sector werken, nadelig beïnvloed.

Vooral nu, in tijden van een pandemie en klimaatverandering, hebben we hun traditionele kennis, stemmen en wijsheid nodig.


Veel Molukkers stammen af van de Alifuru, de inheemse bevolking uit de binnenlanden van de Molukken. Uitzonderingen daargelaten. De inheemse bevolking van Tanimbar bijvoorbeeld kennen een andere overlevering. Alifuru beoefenden een natuurgodsdienst waarbij voorouderverering centraal staat. Een kenmerk van de religie is het animisme – het geloof dat geesten zich in allerlei voorwerpen bevinden. Daarnaast geloven ze ook in mana, een bovennatuurlijke kracht of substantie. Alifuru zien zichzelf niet als gescheiden van de natuur, maar als afstammelingen van Nusa Ina.

Door de eeuwen heen zijn verschillende clans zich gaan verspreiden over de vele eilanden die de Molukken rijk is.  Hierdoor heeft ieder dorp zijn eigen adat isti adat: zijn eigen tradities als het aankomt op gebruiken, normen en waarden. Denk bijvoorbeeld aan ceremonies of rituelen. Veel van dit cultureel erfgoed zien wij nog terug in de tradities die wij koesteren binnen onze kumpulans (dorpsverenigingen) in Nederland en tijdens Molukse ceremonies en plechtigheden die buiten deze kumpulans plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan Cakalele, de traditionele krijgsdans. Van oorsprong is de dans een voorbereiding op de strijd die met salawaku en parang wordt uitgevoerd. Juist omdat veel van onze traditionele cultuur nog wordt overgedragen van generatie op generatie is het jammer dat afgelopen zondag er zo weinig Molukkers aanwezig waren. Juist omdat inheemse volkeren op Maluku de bewakers zijn van ons traditioneel Moluks cultureel erfgoed.

Maar de overdracht van cultureel erfgoed gaat verder dan dat. Denk bijvoorbeeld aan het pela-schap. Het pela-schap vindt zijn oorsprong in een ver verleden, lang voordat de Europeanen onze Molukse eilanden bezetten voor de handel in kruidnagel en nootmuskaat. Ook in de strijd tegen kolonialisme ontstonden nieuwe pela-schappen. Pela-schap is momenteel nog steeds een heel belangrijke adatregel, maar is ook een middel tot dorpsontwikkeling zonder regeringssteun. Dorpen staan elkaar bij in tijden van nood. Zo kwam Ullath op Saparua, ons dorp Oma op Haruku te hulp nadat de aardbevingen Oma hard hadden getroffen in september dit jaar.

Niet alleen het pela-schap is nog steeds belangrijk voor velen binnen de Molukse gemeenschap, ook omvat de cultuur een allesomvattend traditioneel systeem van gedrag en verantwoordelijkheden. Dit systeem bevat ook Molukse verstandhoudingen binnen de dorpen. Zo hebben de meeste Molukse dorpen bijvoorbeeld dorpshoofden die door clans via geologische bloedlijnen worden aangewezen. Een aantal jaar geleden heeft het Constitutionele Hof in Jakarta besloten dat kandidaten bij de verkiezing van een nieuw dorpshoofd (Bapa Radja) niet per se in het dorp zelf hoeven te wonen. Dit betekent dat het “matarumah radja-systeem” in alle Molukse dorpen is afgeschaft. In de praktijk kan dit leiden tot situaties waarin multinationals gemakkelijk vergunningen kunnen krijgen om Molukse ‘adat’-gronden in te pikken en het land te gebruiken om bijvoorbeeld palmolie te produceren.

Belangrijk is dat wij waar mogelijk de inheemse bevolking op Maluku bijstaan in de strijd voor zelfbeschikking en de strijd tegen onderdrukking. Laten wij zoveel als mogelijk aandacht vestigen op datgeen wat er op Maluku gebeurd. Ik was bijvoorbeeld de vrijdag voor de manifestatie (dus twee dagen ervoor) in het Westfries museum om te bespreken wat er moest gebeuren met het beeld van J.P. Coen. Hoogstwaarschijnlijk dat er een tentoonstelling komt over Banda, gefaciliteerd door het Westfries museum, aangezien het volgend jaar 400 jaar geleden is dat de genocide onder leiding van J.P. Coen op Banda plaatsvond. Hopelijk nemen zij in deze tentoonstelling ook mee hoe inheemse volkeren vóór de koloniale tijd leefden. De geschiedenis van Banda begint namelijk niet vanaf het moment dat Nederlanders daar aankwamen. Ook lijkt het mij nuttig dat er wordt meegenomen hoe inheemse volkeren die vandaag de dag nog op Maluku leven, worden bedreigd en onderdrukt. Laat de wereld de strijd zien die op Maluku gaande is! Ik schrijf momenteel dit stuk in de trein… Mijn Spotify playlist speelt opeens Toma Hasa Nusa af… Toeval of niet. Dit is de boodschap waarmee ik dien af te sluiten:

‘’Itu katong pung gunung tana, bukang Bambang punia e. Ana Maluku buka mata. E kas tunju dunia e. Dari salatang sampe Utara e. Toma hasa nusa e. Upu ina upu ama. Toma maju sama-sama.’’

Deze column verscheen 16 augustus 2020 op de Facebook Pagina van Maluku Utrecht. Joaniek Vreeswijk is historicus en met toestemming van de auteur herpubliceert MHM dit schrijven.

Actie Wassenaar 1970 – Een wake up call

Een variant van de poster met een groepsfoto van de actievoerders van de actie Wassenaar 1970 heeft een nieuw leven gekregen. De oorspronkelijke poster had een roodachtig achtergrond met boven groepsfoto in vlammende letters geschreven ‘Wassenaar’ en eronder ’35 pahlawan RMS’ (35 RMS helden). Op de nieuwe versie prijken dezelfde letters, maar nu in goud, tegen een achtergrond met de RMS vierkleur en staat onder de foto: Mena-Muria 31 augustus 1970 – 31 augustus 2020. Het is een oproep voor de vijftigjarige herdenking van de actie.

De actie Wassenaar, de bezetting van de residentie van de Indonesische ambassadeur op 31 augustus 1970, was de eerste van een serie radicale acties in de jaren zeventig. Na een dag gaven de jongeren zich over, nadat door de Nederlandse regering beloofd was dat er gesprekken kwamen tussen de Nederlandse regering en de Molukse leiders. Begrijpelijkerwijze wordt die eerste actie overschaduwd door de treinkapingen en gijzelingsacties van 1975 en vooral die in de Punt en Bovensmilde van 1977 toen de acties met veel geweld werden beëindigd waarbij doden vielen. Dat de actie Wassenaar vaak in de schaduw staat is niet helemaal terecht. In meerdere opzichten was de actie een belangrijk moment. Binnen de Molukse gemeenschap en de politieke strijd en voor de relatie met de Nederlandse samenleving. Maar ook voor de Nederlandse overheid, voor hen was het zelfs een soort wake-up-call.

Dat de actie Wassenaar vaak in de schaduw staat is niet helemaal terecht. In meerdere opzichten was de actie een belangrijk moment.

Tegen het einde van de jaren zestig kwamen Molukse jongeren steeds vaker in aanvaring met Nederlandse jongeren. Er werd wel gesproken over een opkomende ‘Black Power-mentaliteit’ onder Molukse jongeren om erop te wijzen dat Molukse jongeren zich steeds zelfverzekerder en trots op hun eigen identiteit de confrontatie met hun Nederlandse leeftijdsgenoten en de Nederlandse overheid aangingen. Dat ging in eerste instantie niet om politieke zaken. Met de actie Wassenaar kreeg die confrontatie bij wijze van spreken een politiek militante dimensie, waarna ook daadwerkelijk contacten met de Amerikaanse beweging kwamen.

Vanuit de Nederlandse samenleving kwam een depolitiserende reactie. De jongeren zouden vooral in actie zijn gekomen uit boosheid over de behandeling van hun ouders, dus niet politiek, en/of zij zouden de dromen van hun ouders najagen. Tegen deze interpretaties namen de jongeren duidelijk stelling: het was hun eigen idee en Nederland moest niet denken dat zij door hun ouders waren opgehitst.

Overbrugging en samenwerking

Intern zorgde de actie Wassenaar voor een overbrugging tussen deels rivaliserende RMS bewegingen. De RMS regering in ballingschap van ir. J. Manusama die in 1966, na de executie mr.dr. Ch. Soumokil, was opgericht had in 1969 concurrentie gekregen van een tegenregering onder leiding van generaal I. Tamaela. Beide presidenten hadden de beschikking over eigen ‘veiligheidskorpsen’. Tameala’s korps werden commando’s genoemd, en bij Manusama was dat het Korps Pedjagaan Keamanan (Korps voor bewaking van veiligheid). Daarnaast was er een stroming RMS jongeren die zichzelf als onafhankelijk beschouwden en niet perse voor een van beide presidenten waren. Toen in de zomer van 1970 bekend werd dat de Indonesische president Suharto op 1 september naar Nederland zou komen voor een staatsbezoek, besloten jongeren hem een warm welkom te geven.

De jongeren lieten zien dat zij in staat waren om voor het politieke doel tegenstellingen terzijde te schuiven

Leden van Manusama’s KPK kregen hoogte van dat initiatief namen het vervolgens over. De actie groeide uit tot een plan om drie objecten te bezetten, het Indonesisch consulaat in Amsterdam, de Indonesische ambassade in Den Haag en de Indonesische residentie in Wassenaar. Op het laatste moment ging alleen de laatste actie door. Tijdens de voorbereidingen groeide de groep die bij de actie(s) betrokken werd. De jongeren kwamen uit alle RMS stromingen, waardoor de actie Wassenaar een teken werd van gezamenlijkheid. De jongeren lieten zien dat zij in staat waren om voor het politieke doel tegenstellingen terzijde te schuiven.

Voor de Nederlandse autoriteiten was het een wake-up call. De confrontaties tussen Molukse en Nederlandse leeftijdsgenoten hadden hen er al van doordrongen dat er iets moest gebeuren met de relatie tussen Molukkers en de Nederlandse samenleving. Men sprak wel van ‘normalisatie’ van de relatie. Een van de middelen die men daarvoor zag waren stichtingen voor de samenlevingsopbouw, later kortweg ‘de stichting’ genoemd, waar elke Molukse wijk subsidie voor kon krijgen. Eind jaren zestig waren goede ervaringen opgedaan met bijvoorbeeld de stichting Sou ’66 in Middelburg.

Normalisatie met Indonesië

De actie Wassenaar verraste de Nederlandse autoriteiten en met een schok realiseerden zij zich dat de positie van Molukkers in Nederland ook verbonden was met de Molukken. In de jaren negentig interviewde ik voor mijn boek ‘RMS van ideaal tot symbool’ iemand die indertijd bij de Binnenlandse Veiligheid Dienst (BVD) werkte. Voor hen was het een wake-up call vertelde hij. Naast de relatie met de Nederlandse samenleving moest ook worden gewerkt aan een ‘normalisatie’ van de relatie met Indonesië. De BVD intensiveerde haar aandacht voor Molukkers.

Voor een ‘normalisatie’ van de relatie met Indonesië had Nederland Indonesië nodig. In eerste instantie stond de Indonesische regering op het standpunt dat ‘het Molukse vraagstuk’ een Nederlands probleem was. Na moeizame onderhandelingen was Indonesië bereid Nederland uit de penarie te redden. Er kwam een overeenkomst waarin onder andere begeleide reizen van Nederlandse Molukkers naar Indonesië werden geregeld (de oriëntatiereizen) en repatriëringsmogelijkheden voor oudere Molukkers met een Indonesische nationaliteit. De organisatie lag in handen van joint comités, een in Nederland en een in Indonesië.

demonstratie naar aanleiding van actie Wassenaar

Eind zomer 1975 was de overeenkomst klaar en kon worden begonnen met de uitvoering. De Molukse jongeren waren intussen van mening dat de gesprekken na de actie wassenaar niets hadden opgeleverd. Nieuwe acties waren volgens hen noodzakelijk. Die kwamen er, te beginnen met de treinkaping bij Wijster en de gijzelingsactie in het Indonesische consulaat in Amsterdam in december 1975.

De bekendmaking en implementatie van het Akkoord van Wassenaar werden vanwege de nieuwe acties even uitgesteld. De uiteindelijke gevolgen van de oriëntatiereizen en andere maatregelen van het Akkoord droegen op langere termijn bij aan een veranderende positie van Molukkers in Nederland. De impact van de actie Wassenaar was dus vele malen groter dan men in 1970 kon bevroeden en dan tegenwoordig wordt onderkend.

Verder lezen:

Tete Siahaya ‘Mena Muria, Wassenaar ’70: Zuid-Molukkers slaan terug’, 1972

Henk Smeets & Fridus Steijlen, ‘In Nederland gebleven; de geschiedenis van Molukkers 1951-2006’, 2006; (hoofdstuk 8 en 9)

Fridus Steijlen, ‘RMS van Ideaal tot symbool, Moluks nationalisme in Nederland 1951-1994’, 1996; (hoofdstuk 6)

Black Lives Matter en bibliotheek Sophiahof

Hoe onze collectie (anti)racisme reflecteert.

Door Saskia Lindhout

De afgelopen maanden stond het nieuws er vol van; wereldwijd gingen mensen de straat op om te protesteren tegen racisme en racistisch politiegeweld. Black Lives Matter en soortgelijke antiracismebewegingen stonden plotseling overal op de voorgrond. Bedrijven, influencers en celebrities zagen de hype en maakten er dankbaar gebruik van; ineens postten celebrities video’s met #itakeresponsibility[1], iedereen deed mee aan #blackouttuesday[2] en verschillende bedrijven profileerden zich als supporters van de beweging via statements op hun social media[3].

Veel mensen van kleur die zich altijd al actief hebben ingezet in de strijd tegen racisme, bekritiseerden dit misbruik van de publiciteit rondom de beweging. Zo sprak Munroe Bergdorf, Brits transgender model, schrijfster en activiste, zich uit tegen de inhoudsloze steunbetuiging van L ‘Oréal Paris[4]. Bergdorf werkte in 2017 mee aan een campagne van het merk, maar werd na vier dagen ontslagen vanwege een online uitspraak tegen racisme.  Ook Seada Nourhussen, schrijfster, journalist en opiniemaker, merkte op dat er ineens wel heel veel steun en goede bedoelingen vanuit bekende-mensenland in de media verschenen. Vaak kwamen die van bekende Nederlanders die zich eigenlijk nooit eerder activistisch hadden getoond over het onderwerp en ook geen verdere actie leken te ondernemen voor structurele verandering[5].

Bergdorf en Nourhussen sluiten zich hiermee aan bij een grote groep kritische activisten, onder wie ook de auteurs van de tot nu toe genoemde artikelen. Midden in de storm van trendy online antiracisme spreken zij uit wat gemarginaliseerde groepen al generaties lang weten: antiracisme is geen trend, iets waar je tijdelijk bij kan aanhaken en waarmee je je imago kan verbeteren of meer producten kan verkopen. Racisme is een systemisch onrecht en verdwijnt niet zonder concrete actie.

In een maatschappij waar wit een machtspositie heeft, is je bezighouden met (anti)racisme een keuze, geen noodzaak. Tenminste, voor witte mensen dan. Feit is dat mensen van kleur al tientallen jaren dezelfde punten maken, maar dat er niet consequent naar hen wordt geluisterd. Zo kan het zijn dat witte mensen nu geschokt en verbijsterd zijn over uitingen van racisme, groot en klein, die Philomena Essed in de jaren ‘80 al uitvoerig beschreef in haar boek Alledaags racisme. Dat het hebben van een zwarte partner je niet vrijstelt van racisme, bijvoorbeeld (p. 70), of dat de zwarte pietendiscussie echt niet alleen van de laatste jaren is (p. 157). Ook dit verschijnsel zelf was al lang en breed bekend: dat mensen van kleur nog zo hard en lang kunnen roepen en toch nauwelijks lijken door te dringen tot de dominante witte groep. Zoals beschreven in Albert Memmi’s Racisme, hoezo? (1983): “de stem van de onderdrukte wordt weinig gehoord, zo niet systematisch verdrukt” (p. 60). En zo zorgt een combinatie van desinteresse en ongeloof er telkens weer voor dat het probleem ‘racisme’ uit het witte collectief geheugen verdwijnt.

Een van onze hoofddoelen als MHM is dan ook het waarborgen van getuigenissen van menselijke ervaringen, ook van racisme.

Vanuit het Moluks Historisch Museum zien wij hier een taak voor ons weggelegd. Ervaringen van racisme, op allerlei niveaus, zijn inherent aan zowel de Molukse als de Indische geschiedenis. Een van onze hoofddoelen als MHM is dan ook het waarborgen van getuigenissen van menselijke ervaringen, ook van racisme. Het beheren en ontsluiten van erfgoed mag dan misschien stoffig klinken, maar dat is het niet. Onze collectie vormt een levensgrote databank van bewijs, voor dat wat niet wordt geloofd of begrepen door zij die het niet meemaken of hebben meegemaakt. Ervaringen van onderdrukking, discriminatie, moeten strijden voor je rechten en je onafhankelijkheid zijn nu net zo actueel als honderden jaren geleden.

Door verbanden te leggen tussen vroeger en nu en door aan te tonen dat onderwerpen als racisme en antiracisme een lijn volgen door de eeuwen heen, geven we ook invulling aan onze rol van kenniscentrum. Denk hierbij niet alleen aan boeken die expliciet over het concept ‘racisme’ gaan, maar ook aan werken over vrijheidsstrijder Pattimura, het rassenargument tegen gemengde huwelijken, of de exotisering van ‘de inlander’.

De besproken boeken en de boeken die je hier afgebeeld ziet, zijn allen onderdeel van onze bibliotheek. Zij zijn uitgebracht in de jaren ’70, ’80 en ’90 en dragen in essentie dezelfde punten aan als antiracisme-activisten op dit moment doen. Bovendien behandelen deze boeken racisme al als een probleem, terwijl veel oudere boeken in de collectie een tijd reflecteren waarin het koloniale, Europese perspectief op mensen van kleur de onbetwiste norm was. Samen reflecteren deze boeken een onmiskenbaar patroon van steeds weer dezelfde, witte vraag: racisme, bestaat dat überhaupt wel? En steeds weer hetzelfde, vaak gekleurde antwoord: hoe lang moeten we nog schreeuwen, totdat jij dit ook eens als een probleem gaat zien?


[1] Coley, Jordan. ““I Take Responsibility” and the limits of celebrity activism.” The New Yorker, 12 juni 2020.https://www.newyorker.com/culture/cultural-comment/i-take-responsibility-and-the-limits-of-celebrity-activism.

[2] Greenspan, Rachel E. https://www.insider.com/blackout-tuesday-criticism-posts-hide-resources-black-lives-matter-blm-2020-6.

[3] Soudagar, Roxane. “Bedrijven en #BLM: goede sier of oprecht activisme?” OneWorld, 17 juli 2020. https://www.oneworld.nl/lezen/discriminatie/racisme/bedrijven-en-blm-goede-sier-of-oprecht-activisme/.

[4] Post van Munroe Bergdorf over hypocrisie L’Oréal Paris:
https://twitter.com/MunroeBergdorf/status/1267460238678069249.

[5] Post van @seadanourhussen: https://www.instagram.com/p/CA5B1NoFz2m/?utm_source=ig_web_copy_link.

Maju terus, jangan unduré

Column door Joaniek Vreeswijk

Er kan gesteld worden dat we momenteel in een baanbrekende periode leven. Waarschijnlijk zal in ieder geval het jaar 2020 de geschiedenisboeken in gaan als een jaar waarin de wereld op zijn kop stond. Het jaar waarin COVID-19 onze levens drastisch beïnvloedde vanwege het gevaar dat in dit virus schuilt. Bovendien ook het jaar waarin naar aanleiding van de dood van George Floyd, de Black Lives Matter beweging uitgroeide tot een wereldwijd fenomeen en het zelfs in de VS de grootste beweging óóit is geworden. Een jaar waarin dekolonisatie van ons huidige denken weer volop in de aandacht kwam door de Black Lives Matter beweging. Het jaar waarin Molukse jongeren, in het kader van dekolonisatie, protesteerden tegen het beeld van JP Coen in Hoorn.

Het is niet niks wat er de afgelopen tijd allemaal om ons heen is gebeurd. Zo speelt zich ook van alles af in onze Molukse gemeenschap. Onlangs zijn er veel initiatieven van de grond gekomen vanuit onze gemeenschap; als het gaat om de strijd voor een vrije RMS, om verbinding tussen de verschillende generaties, om onze steun aan de Black Lives Matter beweging, om empowerment van de derde en vierde generatie, om projecten in samenwerking met onze bangsa op Maluku en als het gaat om het verspreiden van kennis over onze Molukse cultuur en identiteit. Dat zijn mooie ontwikkelingen om te zien en vaak overlappen sommige doelstellingen elkaar. Dit biedt hoop en perspectief voor de toekomst.

Nieuw leven in bestaande initiatieven

Hierbij zien we ook dat bestaande initiatieven weer nieuw leven in worden geblazen; Molukse dialogen over thema’s die nu spelen worden gestimuleerd door middel van bijeenkomsten waar de derde en vierde generatie haar kritische geluid kan laten horen. Op die manier treden wij in de voetsporen van hen die ons voorgingen. Molukse organisaties uit de jaren zeventig en tachtig organiseerden ook al landelijke bijeenkomsten, zo ook in de jaren negentig toen de oudsten van de derde generatie ook actief waren in landelijke organisaties. Het is mooi dat we dat stokje nu deels overnemen, want momenteel lijkt het gevoel onder de jongeren alsmaar te groeien om iets te willen doen en bij te dragen. Belangrijk is daarbij dat wij natuurlijk wel samen met de generaties voor ons hierover in dialoog moeten gaan. Uiteindelijk hebben we de hele gemeenschap nodig als we concreet wat willen bijdragen voor onze Molukse gemeenschap hier in Nederland en op Maluku.

Het is mooi dat we dat stokje nu deels overnemen

Naar aanleiding van de vlaggenacties zijn vele jongeren gaan nadenken: Wat draag ik bij of kan ik bijdragen aan de strijd voor een vrij Maluku? Of wat draag ik bij of kan ik bijdragen aan een beter Maluku voor onze bangsa in tanah air? Daarnaast zijn naar aanleiding van de Black Lives Matter demonstraties en protesten in de VS vele jongeren zich af gaan vragen: Wat kan ik doen om de zwarte gemeenschap te steunen in hun strijd en hoe kan ik mijn solidariteit met hen tonen? Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn bangsa in mijn directe kring inzien dat zij hier niet hun ogen voor zouden moeten sluiten? Niet alleen omdat het in de eerste plaats gaat om empathie naar je medemens toe die momenteel niet gelijk wordt behandeld, maar ook omdat de Molukse gemeenschap eveneens een geschiedenis kent van onderdrukking door een koloniale bezetter. Zowel racisme in al zijn facetten als de onderdrukking van onze Molukse voorouders komen voort uit twee nesten: ons slavernijverleden en ons koloniaal verleden.

Tijdens BLM demonstratie in Utrecht

Verdeel en heers is wat hier achter zit. Dit is altijd al een tactiek geweest vanuit imperiale/koloniale machthebbers. Zet groepen tegen elkaar op en op die manier behoud je de macht, omdat de onderdrukten op die manier niet één front kunnen vormen! In dat opzicht zie ik gelijkenissen… hogere machten die de touwtjes in handen houden door groepen tegen elkaar uit te spelen. Dat is helaas niet alleen iets van toen, maar ook zeker van nu. Zie Nederland met haar koloniale hangover, zie de VS met haar hangover van het slavernij verleden en zie Indonesië met haar neo-koloniale trekken. Natuurlijk zijn er wezenlijke verschillen, maar ik zie daarentegen ook wel degelijk de raakvlakken. Had Nederland destijds de federale staat van Indonesië (RIS) wel ondersteund of misschien zelfs de RMS? Dan zouden onze mensen daar nu wellicht niet onderdrukt worden. Mijn punt: veel problematiek wat zich nu afspeelt heeft zijn oorsprong in het koloniaal verleden en het slavernij verleden en hoe de imperiale/koloniale machthebber haar verdeel en heers politiek inzette.

Solidariteit met BLM

Enkele Molukkers zien die noodzaak om solidair te zijn met Black Lives Matter niet in. En als historicus kan ik die gedachte zelf niet begrijpen, máár ik kan wel begrijpen waar het vandaan komt. Veel Molukkers voelen zich niet verbonden met andere migrantengroepen, omdat in het voormalig Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) de Molukse militairen een belangrijke pijler vormden. Hun komst naar Nederland in 1951was het dramatische gevolg van een netelige situatie die ontstond nadat Indonesië zich had vrijgevochten en Nederland na veel internationale druk de kolonie moest loslaten. Hun overtocht naar Nederland was geen vrijwillige passage. Bovendien werden velen ontslagen bij aankomst in Nederland. We weten allemaal hoe het verder liep. De houten woonoorden… de verhuizing naar de woonwijken… Mijn oma zou hier hooguit zes maanden blijven… volgend jaar woont ze alweer 70 jaar in dit land. Toen ze als zeventien jarig meisje aan boord stapte van de Kota Inten, had ze dat natuurlijk nooit kunnen voorspellen!

Echter wil dat niet zeggen dat wij vanwege onze unieke migratiegeschiedenis een reden hebben om weg te kijken van racisme in al zijn vormen en maten. Om het Black Renaissance Collectief te quoten: ‘’Racisme is geen mening, maar een moorddadig systeem wat al eeuwenlang stelselmatig zwarte mensen uitbuit, uitsluit, onderdrukt en generationele trauma’s heeft veroorzaakt.’’ In het huidige tijdperk hebben we door digitalisering en globalisering het privilege om onszelf oneindig te informeren, om continu bij te leren, om bij te dragen op afstand, om ons in te zetten voor datgene waarvan wij denken dat het de wereld een stukje beter maakt. Er is een begin! Verandering komt niet tot stand van de een op andere dag. Daar is een lange adem voor nodig, maar die hebben wij. De start is gemaakt. Nu moeten we doorpakken. Maju terus! Jangan unduré!

Deze column verscheen 13 juli 2020 op de Facebook Pagina van Maluku Utrecht. Joaniek Vreeswijk is historicus en met toestemming van de auteur herpubliceert MHM dit schrijven.

Taalproject Bahasa Basudara groot succes

door Nataly Sopacuaperu

Het is 7.00 in de ochtend in London, UK en ik zit fris en fruitig achter mijn laptop klaar om de zoom call in te gaan. Spannend want ik heb geen idee wat me te wachten staat. Ibu Fanti introduceert haarzelf als facilitator en een klein groepje jongeren tussen de 13-18 jaar kijkt mij verwonderd aan, hier gaan we dan de Engelse les gaat beginnen. Familie buiten beeld, google translate aan en hier en daar de achterkant van een houten huis. Het komt me allemaal enorm bekend voor en dat is het ook want deze jongeren bevinden zich op verschillende Molukse eilanden; Ambon, Saparua en Ceram. 

Sagu salempeng bage dua, maar dan in het Engels

– nataly sopacuaperu, tutor bahasa basudara

Bahasa Basudara is een vrijwilligers organisatie die Molukkers wereldwijd met elkaar verbindt, helpt en kennis gratis overbrengt. Het omvat het concept van ‘Ale rasa beta rasa’ en ‘Sagu Salempeng Bage Dua’ aldus Jeff Malaihollo, een van de initiatiefnemers. De studenten leren een vreemde taal van vloeiend of native speakers en op deze manier dragen de tutoren direct bij aan het verbeteren van de taalvaardigheden van jongeren in de Molukken en leren tegelijkertijd over het leven en cultuur op de Molukken zelf. 

Basudara Maluku Global, een wereldwijd netwerk

Tot op heden zijn er 50 klassen die 7 dagen per week les krijgen, waarvan het leeuwendeel Engels is en klein deel Duits. Er zijn inmiddels 75 tutoren aangesloten vanuit alle windstreken; Amerika, Verenigd Koninkrijk, Australië, Nederland, Nieuw-Zeeland en Indonesië. Deze tutoren staan in nauw contact met de 32 facilitators die gestationeerd zijn op de Molukken. Zij zorgen ervoor dat de zoom calls worden opgezet, de studenten aanwezig zijn, de huiswerkopdrachten worden doorgegeven en vallen bij in het Maleis als de studenten iets niet snappen in het Engels. Bahasa Basudara is voortgekomen uit http://www.basudaramalukuglobal.org/ 
die ooit is begonnen voor de Molukse gemeenschap in Australië en inmiddels is uitgegroeid tot een wereldwijd netwerk. 

Maria Nikijuluw, beter bekend als Ibu Merry, is docent Duits en Hoofd van het Talen Studie Centrum aan de Universiteit Pattimura in Ambon. Zij is een belangrijke schakel tussen de facilitators en tutoren. Bahasa Basudara betekent veel voor haar op zowel zakelijk als persoonlijk vlak. “Door deze samenwerking kunnen we mensen op de Molukken helpen om niet alleen de Engelse taal te beheersen, maar ook van elkaar te leren en delen. Op deze manier heb ik contact gekregen met verschillende andere instituten en Molukkers wereldwijd.”

Aanbieden webinars en workshops

Bung Jeff Malaihollo hoopt op deze manier de taalvaardigheden te verbeteren, zelfvertrouwen op te bouwen en daarmee kansen te creëren voor studies en/of banen in het buitenland. “In de toekomst willen we ook webinars en workshops aanbieden op onze platform, zodat we de jongeren kunnen motiveren en inzicht geven wat er allemaal mogelijk is buiten en binnen de Molukken. We kijken ook hoe we een plan kunnen ontwikkelen voor het Masela Project (gasproject in Maluku 2022) en hopen een bijdrage te kunnen leveren met het platform om de studenten klaar te stomen.” 

Google Translate in de les

Inmiddels heb ik een aantal lessen mogen geven en ik vind het fantastisch om te horen naar welk strand ik moet gaan op verschillende eilanden, welke museum ik moet bezoeken op Ambon, hoe geweldig Tik Tok is, wat hun favoriete quotes zijn en welke films er bekeken worden. En als kers op de taart word ik ook nog eens in het Engels in de maling genomen door een 13-jarige meisje genaamd Tien uit KarPan – Ambon, die begon met Google translate in de eerste les. Dit belooft wat, die baan en studie in het buitenland komen er wel. Ik ben daar zeer positief over. En een leuk weetje, het Moluks Historisch Museum zal in een komend webinar aan de studenten vertellen over de geschiedenis van Molukkers in Nederland.

Ben je ook geïnteresseerd om als vrijwilliger mee te werken om Engelse en/of Duitse Tutor lessen te verzorgen aan middelbare scholieren, universitaire studenten, post-graduates of professionals? Meld je dan aan op http://www.bahasabasudara.org. In ruil hiervoor kun je gratis deelnemen aan conversational Maleise tutor lessen.

In de ban van de collectie van het MHM

Door Carmen Prins

Op 6 januari van dit jaar liep ik voor het eerst het gebouw aan de Sophialaan 10 in Den Haag binnen. Die dag maakte ik voor het eerst kennis met het Moluks Historisch Museum en vooral met de daar aanwezige collectie. Ik was meteen verkocht. In de bibliotheek zag ik veel mooie en bijzondere boeken liggen en in de archiefdozen mooie parels die de moeite van het bewaren waard zijn. Toen er ergens uit een doos een KNIL-uniform tevoorschijn werd getoverd was ik bijna in extase. Het was alsof ik me in een snoepwinkel bevond. Vervolgens werd mij gevraagd of ik me als vrijwilliger wilde inzetten voor de coördinatie van vrijwilligers die zouden gaan werken in de bibliotheek en het archief. Ik zei onmiddellijk ja.

Toen er ergens uit een doos een KNIL-uniform tevoorschijn werd getoverd was ik bijna in extase.

Werken voor het MHM sluit helemaal aan bij mijn interesses en vaardigheden. Na mijn studie Indonesisch aan de Universiteit Leiden heb ik gewerkt als beëdigd vertaler en als taaldocent Indonesisch. Drie seizoenen lang reisde ik met groepen rond in Indonesië als reisleider. De Molukken heb ik helaas nooit bezocht.

Ruim vijftien jaar geleden maakte ik een carrièreswitch. Na een opleiding informatiedienstverlening ging ik aan de slag als informatiespecialist. Eerst als archiefbewerker voor de overheid en later als bibliotheekmedewerker en media-analist. Ik eindigde mijn werkzame leven bij een mediabedrijf waar ik samen met mijn team van informatieprofessionals klanten hielp met hun dagelijkse nieuwsvoorziening uit verschillende media.

Ik heb geen Molukse roots. Mijn Indonesische wortels zijn geaard in Sumatra en ik beken heel eerlijk dat ik voor januari dit jaar weinig kennis had van de Molukse gemeenschap. Mijn oma woonde vroeger in de buurt van de ‘Ambonese’ kerk in Lunteren. Als mijn neefjes en ik op zondagmorgen buiten speelden zagen we de Molukse kerkgangers ons speelveldje passeren. Zo is mijn kennis over Maluku en orang Maluku ook lang gebleven. Iets dat langs mij heen ging.

Carmen aan het werk met vrijwilligers (c) MHM 2020

In de afgelopen maanden is dat flink veranderd. Door te werken met de collectie van het MHM en het zoveel mogelijk lezen van boeken van Molukse schrijvers en over de geschiedenis is er een heel andere wereld voor me open gegaan. Een wereld van passie voor en trots op het Molukse cultuurgoed. Een wereld vol verbondenheid, vriendschap en eerbied voor elkaar. Sinds januari ging er een hele nieuwe wereld voor me open. Met heel veel plezier werk ik mee aan het ontsluiten en beheren van het Molukse erfgoed. Graag help ik mee om de parels van de MHM-collectie beschikbaar te maken voor het brede publiek. Opdat de generaties na mij ook van al dat moois kunnen genieten.

Willy Nanlohy vs JP Coen

Deze column verscheen in de MHM nieuwsbrief van juni 2015.

In mei verscheen de biografie ‘Jan Pieterszoon Coen, 1587-1629 Koopman-Koning in Azië’ van de historicus Jur van Goor. Ik heb het boek nog niet gelezen, maar volgens een interview in dagblad Trouw van 23 mei, stelt de historicus de slechte reputatie van de VOC-commandant bij. Coen zou, volgens Van Goor, een man zijn geweest die overwogen beslissingen nam op basis van het toen geldende recht. De terechtstelling van veertig tot vijftig leiders van de Banda-eilanden, een van de gruwelijkste daden die Coen gebruikte om het handelsmonopolie over de nootmuskaat te verkrijgen, kwam volgens Van Goor omdat deze mensen in Coens ogen hun woord hadden gegeven en verraad hadden gepleegd. En daar stond de doodstraf op.

Tja, maar waarom kon de heer Coen, zo’n 12.500 kilometer verwijderd van zijn geboorteplaats Hoorn, zijn gevoel van rechtvaardigheid opleggen aan anderen?

Tja, maar waarom kon (en mocht) de heer Coen, zo’n 12.500 kilometer verwijderd van zijn geboorteplaats Hoorn, zijn gevoel van rechtvaardigheid opleggen aan anderen? Dankzij zijn ‘daadkracht’ in Banda zijn Molukkers en de Molukken blijvend verbonden met discussies over het handelen van J.P. Coen, over zijn standbeeld op de Rode Steen in Hoorn en als er iets over Coen wordt georganiseerd. En uiteraard zullen Molukkers dan een kritische noot laten klinken. De creatiefste kritische noot die ik mij herinner was die van de Molukse kunstenaar Willy Nanlohy in 1987. Het Westfries Museum in Hoorn herdacht in dat jaar, vier eeuwen na Coens geboortejaar, de beroemde plaatsgenoot met de tentoonstelling ‘J.P. Coen, daden en dagen in dienst van de VOC’. Ruud Spruyt, de toenmalige directeur, wilde daar graag Molukkers bij betrekken. In de kelders onderin het museum was ruimte voor ‘Molukse tekens’, een tentoonstelling van Willy’s beelden. En er waren meerdere Molukse artiesten uitgenodigd voor de opening in de Oosterkerk van Hoorn, in aanwezigheid van Prins Claus.

Prins Claus nam het zwartboek kalm in ontvangst

Rouwdoeken

Toen Willy bezig was zijn beelden te installeren en even boven ging kijken naar de nieuw ingerichte tentoonstelling schrok hij zich lam. Wat hij zag was een en al bejubeling van de man die zo had huisgehouden op Banda. Willy kon zich niet meer zomaar terugtrekken en bedekte zijn beelden met zwarte kleden, als teken van rouw. Ook bedacht hij iets voor de opening, waarin hij mij en enkele Molukse vrienden betrok. Via via hoorden wij dat uit verschillende delen van het land Molukkers naar Hoorn zouden komen om de opening te verstoren. Om te voorkomen dat daardoor Willy’s actie zou mislukken, probeerden we heftige protesten te voorkomen. Op de dag van de opening, 19 mei 1987, verscheen Willy in de Oosterkerk in Tjakalele outfit. De tweede stoel die voor zijn partner op de eerste rij gereserveerd was hield hij vrij voor de geest van zijn grootvader. Toen het programma goed en wel op gang was gekomen, tijdens het optreden van een Molukse band, stond Willy op en liep naar Prins Claus om hem een zwartboek over de Molukse geschiedenis te overhandigen. Claus nam het zwartboek kalm in ontvangst. Waarna een aantal mensen, die met vervalste kaartjes waren binnengekomen, opstonden om pamfletten over Willy’s actie uit te delen. In tegenstelling tot Claus reageerden andere aanwezigen behoorlijk verhit. De Molukse band, wiens optreden door Willy was verstoord, was pissig omdat ze niet van te voren was geïnformeerd. Maar vooral meneer Spruyt was enorm boos. Naar verluid zegde hij direct zijn (gratis) abonnement op Marinjo op. Terwijl het arme Inspraakorgaan Welzijn Molukkers, dat indertijd Marinjo uitgaf, er niets mee te maken had en niets wist van Willy’s plannen.

Maar vooral meneer Spruyt was enorm boos. Naar verluid zegde hij direct zijn (gratis) abonnement op Marinjo op.

Willy’s actie was een schreeuw van protest tegen de bejubeling van meneer Coen en een roep om ook aandacht te besteden aan de Molukse visie op de geschiedenis. Het tentoonstellingspubliek zal daar toen weinig van hebben meegekregen. Directeur Spruyt had Willy’s beelden immers van hun rouwkleden ontdaan. De persfoto van de overhandiging van het zwartboek haalde later nog wel een (Kleio) geschiedenisboekje als illustratie voor hoe op verschillende manieren naar de VOC-geschiedenis gekeken werd. Daar was Willy’s actie teruggebracht tot een nuancerende noot in een geschiedenisles.

Tjakalele bij volle maan

In kleine kring klonk ruim een jaar later nog één keer, bijna letterlijk, een echo van Willy’s protest. Op de avond van de laatste volle maan in december 1988 toog Willy met een groepje vrienden naar het Molukse woonoord Lunetten in Vught. Op de plek waar hij geboren was zou hij het hele gebeuren symbolisch beëindigen. Hij had de rouwkleden bij zich om ze te verbranden en in rook te laten vervliegen. Klokke 12 uur, middernacht, klonk daar op het centrale veld het geluid van enkele tifa’s. In het maanlicht dat af en toe tussen de wolken glipte en in de flakkerende schijn van de brandende doeken in een oliedrum tussen de tifaspelers, zag men Willy een Tjakalele opvoeren. Geen ingestudeerde passen of bewegingen, maar een echt schijngevecht met de geesten die de Molukse geschiedenis hadden bezoedeld. Het geruis van zijn dansende blote voeten op het gras en het zwiepen van zijn parang door de lucht, was te horen tussen de tifaslagen die werden weerkaatst door de muren van de barakken. Het was voor mij als de echo van een gevecht dat ooit in Banda was begonnen.

*Coverfoto uit de Marinjo nr 7, 1987

Lees ook Black Live Matters en Moluks antiracisme

Sophialaan 10, 2514 JR Den Haag
070-2005065
info@museum-maluku.nl